VrijstellingOldtimer

1. Doel van de actie
2. Kans van slagen
3. Kosten
4. Donaties
5. Risico's
6. Voor wie treden wij op
7. Gevolgen voor oldtimerbezitters
8. Waarom import van "jonge" oldtimers toenam
9. Rechtspositie
10. Aantallen oldtimers afhankelijk van leeftijdsgrens
11. Wie gaat er betalen
12. Waarom bestaat er een vrijstelling?


1. Doel van de actie
Ons doel is dat de maatregel die werd aangekondigd in het regeerakkoord van VVD en PvdA, en het daarna gesloten “Weekers akkoord”  tussen het Ministerie van Financiën met ANWB, Bovag, Fehac, Focwa, KNAC en de RAI Vereniging, geheel van tafel verdwijnt.

In plaats hiervan verlangen wij handhaving van de geldende wetgeving zoals deze pas per 1 januari 2012 is ingegaan. Deze wijziging voorziet al in:

  • Verhoging van de leeftijdsgrens voor vrijstelling van MRB van 25 naar 30 jaar
  • Een degelijke overgangsregeling voor auto’s van bouwjaren 1987, ’88, ’89 en ’90, die met enige vertraging vrijgesteld worden in respectievelijk 2013, ’15, ’17 en ‘19
  • Een vrijstelling die uitsluitend geldt voor de MRB. De brandstoftoeslagen die voor auto’s op diesel of LPG gelden, blijft verschuldigd als de auto per 01.01.2012 of later van MRB wordt vrijgesteld

Wij zijn van mening dat met de invoering van deze wetswijziging al wordt bereikt dat het aantal oldtimers stabiel blijft en dat intensief gebruik van nieuwe oldtimers op diesel of LPG wordt ontmoedigd. Met de 30 jaar grens wordt bovendien aangesloten bij oldtimer beleid in Europa.

De oorspronkelijke motivering voor het vrijstellen van oldtimers, was het behoud van cultureel rijdend erfgoed en het mogelijk maken van hobbymatig gebruik van klassieke voertuigen. Wij staan achter deze doelstelling en zijn géén voorstander van het inzetten van een oldtimer als dagelijks vervoermiddel. 

2. Kans van slagen
Er is een kans van slagen. Zonder kans van slagen zouden wij deze actie niet begonnen zijn. Maar de garantie op succes is er natuurlijk niet. U begrijpt ook dat het onverstandig is om volledig uit de doeken te doen hoe onze aanpak zal zijn. Bemoedigend is wel dat er qua problematiek veel overeenkomsten zijn met de actie die wij eerder met succes voerden. Wij doelen dan op de vreemde manier waarop de maatregel tot stand is gekomen en op gebrekkige informatie waarop deze is gebaseerd.

3. Kosten
Met deze actie zijn aanzienlijke kosten gemoeid. Tot de kosten behoort de tijd die aan de actie wordt besteed en de onkosten die worden gemaakt.

Wij en onafhankelijke experts werken in dienst of in opdracht van de Stichting Autobelangen. Dossiers moeten worden samengesteld en dossierkennis moet worden opgedaan. Gegevens moeten worden aangekocht bij officiële instanties en worden geanalyseerd. Er moet overleg worden gepleegd met de overheid en wij zullen met regelmaat in of rond de 1e en 2e kamer aanwezig moeten zijn voor onze lobby gericht op parlementsleden. Daarnaast zullen ook de media worden benaderd om interviews te geven en nieuws te publiceren, video’s op te nemen, etc. En dit alles voor een periode van minstens 6 maanden (of nog veel langer).

Wij zullen zeker ook kosten voor gedegen juridisch advies maken om onze bezwaren zo sterk mogelijk te onderbouwen. De mogelijkheid van een schadeclaim in verband met waardeverlies van oldtimers als gevolg van de aangekondigde wetswijziging zullen wij ook graag nagaan, mits hier voldoende geld voor binnen komt.

Alle bijdragen en donaties  komen binnen bij de Stichting Autobelangen. Vanuit deze Stichting wordt de actie VrijstellingOldtimer gevoerd. Alle inkomsten en uitgaven van de stichting worden volgens de voorschriften geadministreerd en gecontroleerd.

4. Donaties
Er is nog veel geld nodig en dat moet er snel komen. Daarom vragen wij u om 25,- mee te betalen aan onze actie. Sommigen vinden dat veel, anderen horen graag precies wat wij met het geld gaan doen. Of hoeveel er al binnen is en wat er gebeurt als er onvoldoende binnen komt.

Geef ons uw vertrouwen. Dit is de laatste kans om te voorkomen dat de oldtimerbezitters straks ten onrechte veel  MRB moeten gaan betalen. Wij kregen het in 2009 voor elkaar om een reeds aangenomen wetswijziging over de bijtelling van zakelijke Youngtimers (auto’s van 15 tot 25 jaar) terug te draaien. Met de steun van uiteindelijk de gehele Tweede Kamer, inclusief de indieners van oorspronkelijke wetswijziging! Dat kostte ons toen enorm veel tijd (9 maanden actievoeren) èn geld, dat wij toen grotendeels zelf betaalden.
(video 'Behandeling Youngtimers in Tweedekamercommissie')

In onze oldtimer actie gaat opnieuw veel tijd zitten, want de eindbeslissing valt pas aan het eind van dit jaar 2013. Uit ervaring vragen wij nu direct om aan de actie mee te betalen, zodat wij ons volledig op de zaak kunnen concentreren om deze zo sterk mogelijk te onderbouwen en te presenteren.
Doe dus mee en betaal ook mee!

5. Risico's
Zijn er risico’s verbonden aan het voeren van onze actie? Er is immers overeenstemming bereikt na lang en moeizaam onderhandelen tussen Financiën en de “Oldtimer-alliantie” bestaande uit ANWB, Bovag, Fehac, KNAC, enz. Wij horen bijvoorbeeld dat dan het gevaar bestaat dat dan tòch alle oldtimerbezitters zonder uitzondering de volle mep zouden gaan betalen. De kans daarop lijkt ons echter bijzonder klein. Voor ons geldt dat de aanpassing zoals in het regeerakkoord werd aangekondigd, onmogelijk door het parlement kan worden goedgekeurd. Want voor wetgeving behoren bepaalde procedures te worden gevolgd. Zoals premier Rutte op 19 april j.l. voor de NOS camera uitsprak over de rol van de Eerste Kamer: “Het moet gaan om de kwaliteit van de wetgeving en de gevolgen ervan voor de uitvoering en de rechtspositie van mensen”. Wij vertrouwen erop met een beroep op deze regels te kunnen bereiken dat de bestaande wet kan worden gehandhaafd.
(NOS video premier Rutte)

6. Voor wie treden wij op
Het is ons doel om zoveel mogelijk oldtimerbezitters te vertegenwoordigen, met name degenen die getroffen worden door de nieuwste plannen per ingang van 01.01.2014:

  • Leeftijdgrens vrijstelling MRB gaat van 30 naar 40 jaar (vanaf bouwjaar 1974).
  • Overgangsregeling voor personenauto’s en bedrijfsauto’s op benzine, vrachtwagens, bussen en motorfietsen van 26 – 40 jaar oud; deze mogen kiezen voor het  ¼ MRB tarief, met een maximum van 120,- per jaar (max 30,- p.jr. voor motorfietsen), op voorwaarde dat deze in december, januari en februari niet op de weg komen (of aan de weg staan).
  • Voertuigen met een bouwjaar na 1987 komen niet in aanmerking voor deze overgangsregeling en betalen volledig MRB tot ze 40 jaar oud zijn.
  • Voor personenauto’s (en bedrijfsauto’s tot 3500kg) op diesel of LPG geldt de overgangs-regeling niet; zolang deze voertuigen jonger dan 40 jaar zijn, wordt de volledige MRB plus diesel- of LPG-toeslag berekend!

Er moet dus betaald gaan worden voor alle auto’s die per 01.01.2014 nog geen 40 jaar oud zijn, dus vanaf bouwjaar 1974 t/m 1987. Maximaal 120,- per jaar is niet zoveel, maar er mag dan niet gereden worden van december t/m februari en de wagen mag dan ook niet aan de weg staan. Wie wel het hele jaar wil kunnen rijden, betaalt de volledige MRB. En diesel- en LPG rijders betalen zondermeer het volle pond: MRB, inclusief de aanzienlijke brandstoftoeslag!

7. Gevolgen voor oldtimerbezitters
Wie zijn/haar oldtimer – jonger dan 40 jaar – met enige regelmaat gebruikt , staat per 01.01.2014 voor de keus:

  • Max. 120,- betalen, de auto te stallen van dec. t/m febr. en daarvoor vervanging te vinden.
  • Of volledig MRB te gaan betalen om toch het hele jaar te kunnen rijden.
  • Of de oldtimer te schorsen en te stallen om te wachten tot 40ste verjaardag en tot die tijd vervangend vervoer te vinden.
  • Of de auto weg te doen en te vervangen door 40+ oldtimer.
  • Of de oldtimer hobby te beëindigen door de auto weg te doen en een alternatief te vinden.
  • Dieselrijders waarvan de auto nog lang geen 40 jaar is, staan voor de keus  hun wagen weg te doen of te schorsen en te vervangen om de kosten voor MRB + dieseltoeslag te vermijden.
  • LPG rijders hebben hetzelfde probleem. Zij kunnen er echter voor kiezen om de gasinstallatie te laten verwijderen en op benzine te gaan rijden. Dan komen zij ook in aanmerking voor de max.120,- /9 maanden overgangsregeling.

Wie een auto met bouwjaar ná 1987 bezit grijpt trouwens naast de overgangsregeling! Er waren bijvoorbeeld op 01.01.2013 ca. 50.000 auto’s van de bouwjaren 1988, 1989 en 1990, waaronder ruim 4.000 op diesel en 1.000 op LPG*. Voor al deze auto’s geldt dat er volledig MRB voor betaald moet worden (inclusief brandstoftoeslag voor diesel en LPG), tot ze de leeftijd van 40 jaar bereiken en worden vrijgesteld.
(*bron CBS/RDW)

8. Waarom import van "jonge" oldtimers toenam
Ruim 15 jaar lang was de regeling van kracht dat auto’s na 25 jaar vrijgesteld werden van MRB. Tot  eind 2009 werd besloten dat met ingang van 01.01.2012 auto’s na bouwjaar 1986 géén vrijstelling van MRB meer zouden krijgen, de zogenaamde “bevriezing”.

Natuurlijk bleef dit niet zonder gevolgen: liefhebbers stortten zich na de aankondiging op de bouwjaren die nog wel vrijgesteld bleven, met name de laatste oldtimer bouwjaren ’84, ’85 en ’86. Omdat er onvoldoende van deze auto’s in Nederland waren, steeg in 2010 en 2011 de import van deze bouwjaren sterk, met name van diesels. Voor de latere bouwjaren ’87, ’88, enz. stortte de markt natuurlijk in elkaar, waardoor die ons land juist uitgingen (maar daar hoor je niemand over).

De door de overheid zèlf veroorzaakte toename van de import, werd daarna aangegrepen om de wetswijziging tot “bevriezing” kort voor de ingangsdatum weer te veranderen. In plaats hiervan kwam ingaande per 01.01.2012 de verhoging van de leeftijdsgrens voor oldtimers van 25 naar 30 jaar. Inclusief een overgangsregeling voor de bouwjaren ’87 t/m ’90 die met vertraging MRB vrij zouden worden (zie punt 1). Bovendien zouden de brandstoftoeslagen voor auto’s op diesel of LPG  vanaf bouwjaar 1987 voortaan blijvend verschuldigd zijn (om verdere toename van import te ontmoedigen).

Deze regeling is per 01.01.2012 van kracht geworden. Ook deze maatregel zal gevolgen hebben. Maar zonder de resultaten af te wachten, kwam al in oktober 2012 – geheel onverwachts - de aankondiging in de regeringsverklaring dat àlle oldtimers MRB moeten gaan betalen per 01.01.2014. Waarna als gevolg van verzet, in overleg met o.a. ANWB, Bovag, Fehac en KNAC, het  “40 jaar-compromis”  van afgelopen mei wordt gesloten. Met als uitkomst een belastingverhoging van 137 miljoen vanwege een door de overheid zèlf veroorzaakte toename van oldtimer import die reeds voorbij is.

9. Rechtspositie
Het “40 jaar compromis” dat nu tot wetsvoorstel wordt uitgewerkt treft vele oldtimerbezitters, waaronder ook eigenaren van oldtimers die nu al vrijgesteld zijn omdat deze reeds 26 jaar oud zijn. Of de eigenaren van toekomstige oldtimers in de komende jaren vrijgesteld zouden worden, omdat hun bouwjaren ’87 t/m ’90 in de nu nog geldende overgangs-regeling vallen. Eigenaren van auto’s op diesel of LPG zijn helemaal de pineut omdat zij volledig MRB met daar bovenop de diesel- of LPG- toeslag moeten gaan betalen, tot hun auto eindelijk 40 jaar oud is.

Feit is dat bij zo’n ingrijpende wetswijziging behoort te worden nagegaan welke gevolgen de maatregel heeft voor betrokkenen. Dit is niet gebeurd, behalve met een begroting van de belastingopbrengst. Zonder de berekening daarvan overigens bekend te maken. Zelfs in de stukken t.b.v. de Tweede Kamer is de berekening niet te vinden en dus oncontroleerbaar. Ook geen woord over de gevolgen van de maatregel in de vorm van groot waardeverlies van vele oldtimers. En grote schade bij de oldtimerbranche. Het spreekt vanzelf dat ook daar rekening mee behoort te worden gehouden.

10. Aantallen oldtimers afhankelijk van leeftijdsgrens
Vele jaren lag de leeftijdsgrens voor oldtimervrijstelling op 25 jaar. Uit de recentste CBS cijfers blijkt dat er dan per 01.01.2013 ongeveer 320.000 oldtimers van 1987 en ouder waren.

Vanaf 01.01.2012 geldt de leeftijdsgrens van 30 jaar. Per 01.01.2013 waren er ongeveer 230.000 personenauto’s van bouwjaar 1983 en ouder. Het aantal oldtimers daalt onder de huidige wet dus reeds met circa 1/3.

Volgens de nieuwste plannen gaat de leeftijdsgrens voor oldtimers per 01.01.2014 naar 40 jaar. Per 01.01.2013 waren er 115.000 personenauto’s van 1973 en ouder. Op deze manier gaat er dus nog eens 1/3 af, met alle gevolg voor het behoud van ons rijdend erfgoed. (bron: CBS/RDW)

11. Wie gaat er betalen
Het door Financiën begrote bedrag van 137 miljoen dat het “40 jaar compromis” jaarlijks aan extra belasting moet opleveren, zou dus van zo’n 204.000 auto’s afkomstig zijn die in de leeftijdsgroep 26  tot 40 jaar vallen. Gemiddeld komt dit neer op ruim 650,- per auto.

Maar als de eigenaren van de 134.000 auto’s op benzine zouden kiezen voor het ¼ MRB tarief van max. 120,- per jaar, dan levert dit maximaal 16 miljoen aan belasting op. Waaruit volgt dat het resterende bedrag van maar liefst 121 miljoen door de auto’s op diesel of LPG zou moeten worden opgebracht. Dat zijn er samen 71.000, waaruit volgt dat voor deze auto’s gemiddeld 1.700,- per jaar moet worden opgebracht.

Het “40 jaar compromis” betekent dan dat 88% van de 137 miljoen belasting door slechts 22% van de oldtimerbezitters moet worden betaald. Dat kan toch niet waar zijn?

De financiële gevolgen zullen voor veel bezitters heel groot zullen zijn. Waar bovenop komt dat er grote waardeverliezen zullen ontstaan. In het wetgevingsproces is hier tot nu toe veel te weinig aandacht aan besteed.

12. Waarom bestaat er een vrijstelling?
Het behoud van ons erfgoed wordt belangrijk gevonden in ons land. Nederland kent een enorme verscheidenheid aan musea waarmee de herinnering aan het verleden levend wordt gehouden. Op allerlei gebied, waaronder gelukkig ook de auto. 

Zo is meer dan 125 jaar oude geschiedenis van de personenauto te zien in het schitterende Louwman Automobiel Museum in Den Haag. Maar er zijn ook talrijke particuliere musea en museumpjes in ons land waar het gaat om bepaalde merken of soorten.

Maar dat er ook een soort openluchtmuseum op de openbare weg is, waar met regelmaat allerlei oldtimers “in het wild” rondrijden, wordt door de veel mensen zeer gewaardeerd. Het leuke is dat iedereen op deze manier kan meegenieten van andermans hobby. Dit liefhebberschap wordt trouwens ook vaak in clubverband beoefend, waardoor bijeenkomsten zijn ter gelegenheid van festiviteiten of goede doelen.

Dat ons land over een zo’n rijdend openluchtmuseum beschikt is natuurlijk vooral te danken aan alle eigenaren die veel tijd en/of geld in hun oldtimer hobby steken. Want oldtimers in goede staat brengen en houden is een tijdrovende bezigheid als je het zelf doet en kostbaar als je het laat doen.

Daarom werd al lang geleden besloten om de bezitters van deze oldtimers vanaf een leeftijd van 25 jaar te ontzien qua wegenbelasting. Sinds 01.01.2012 is dit 30 jaar geworden omdat auto’s langer meegaan en er bovendien vermoedens zijn dat de MRB vrijstelling door sommigen oneigenlijk wordt gebruikt om veel kilometers met hun oldtimer te rijden, met name in diesels. De toeslagen op de MRB die voor deze brandstoffen gelden moeten daarom volgens de huidige regeling ook na het bereiken van vrijstelling MRB bij 30 jaar, blijvend worden doorbetaald.

Met deze regeling sluit ons land aan op de Europees aanbevolen leeftijdsgrens van 30 jaar. Wij zijn vóór handhaving van deze geldende regeling omdat de grens van 30 jaar bijdraagt aan voldoende instroom van betaalbare “jonge” oldtimers, waardoor oldtimers bereikbaar blijven voor een breed publiek. Komt de grens voor vrijstelling bij 40 jaar te liggen, zoals nu dreigt te gebeuren, dan is de kans groot dan velen moeten afhaken omdat het te duur wordt.

Bovendien komt het maar zeer zelden voor dat de oldtimerbezitter geen andere, veel recentere auto bezit waar wel gewoon MRB voor wordt betaald. Van een “free ride” is dus nauwelijks sprake. Wij pleiten daarom voor handhaving van de nog maar zeer kort geleden aangepaste regels voor vrijstelling van oldtimers vanaf 30 jaar.